in
de still
to 't gedenken an Agathe
Lasch*
af
un to
in de still
tippt se mi an
jun lesten sekunnen
er ieskole krall
as dat unvörstellbare
jachens wißheit was
as ju jun tokummst angluup
ut verfeerde ogenhölen
in bleke, giftsugene trünen
as allens klipp un klaar
daarstünn
in verrenkte leden ehr krickel-krackel
mank'n himp-hamp up de kulen
ehr boddens
de ogenblick twüschen
begriepen un nix
as dat schrickwiersümmen
to'n truurwies wöör
to'n tranenlose klaag
över jun minschenwöörd
jun minschengloov
un jun minschendrööm
er verdarven
un över all de leddigen
wöör
to jun gedenken
|
in
de stilte
ter nagedachtenis van Agathe
Lasch*
af
en toe
in de stilte
raakt hij me aan
de ijskoude klauw
van jullie laatste seconden
toen het onbegrijpelijke
plotseling zekerheid was
toen jullie toekomst je aangluurde
uit geschrokken oogkassen
in bleke gifzuigende grimassen
toen alles er klip en klaar
geschreven stond
in de hanepoten van verwrongen
ledematen
in de warboel op de bodems van
de kuilen
het ogenblik tussen begrijpen
en niets
toen het snorren van het schrikdraad
een klaaglied werd
een tranenloze weeklacht
over het verderf
van jullie mensenwaardigheid
jullie mensengeloof
en jullie mensendromen
en over al de lege woorden
ter jullie nagedachtenis
|